ICT-MODELLEN
Ik heb mijn acht opdrachten om ICT meer te integreren in de klaspraktijk gekoppeld aan didactische ICT-modellen. Hiervoor maak ik gebruik van het Vier in balans model en het TPACK-model.
Vier in balans model
- Visie: Alle opdrachten sluiten mooi aan bij de visie van mijn stageschool op het vlak van ICT. Zij vinden het belangrijk dat leerlingen hier op een verantwoordelijke manier mee leren omgaan. Zij willen dit aanmoedigen. Hier wordt voldoende aandacht aan besteed tijdens mijn opdrachten. Bij elke activiteit worden de leerlingen ook gemotiveerd om meer gebruik te maken van ICT.
- Deskundigheid: Het is belangrijk om als leerkracht voldoende deskundig te zijn op het vlak van ICT. Je moet ervoor zorgen dat je de leerlingen altijd verder kan helpen wanneer ze iets niet begrijpen. Voor de leerkrachten zal het geen probleem zijn om de opdrachten op deze site effectief te gebruiken in de klaspraktijk. Het zijn haalbare activiteiten. Je kan best op voorhand alle opdrachten zelf uitproberen. Op deze manier kan je eventuele moeilijkheden of problemen vroegtijdig ontdekken. Hierdoor ben je goed voorbereidt tegen de tijd dat het aan de leerlingen is om de opdrachten uit te voeren.
- Digitaal leermateriaal: De leerlingen krijgen de kans om met verschillende software aan de slag te gaan waaronder Windows 8, Google Chrome, Mozilla Firefox, Internet Explorer, Word en PowerPoint.
- ICT-infrastructuur: Doorheen de opdrachten wordt gebruik gemaakt van alle hardware die mijn stageschool ter beschikking heeft. Er wordt gewerkt met de computers uit het computerlokaal, de computers uit het klaslokaal, het digibord met de beamer, de luidsprekers, de printer, de laptop, de hoofdtelefoons en beide digitale camera's. Er is voldoende afwisseling op het vlak van ICT-infrastructuur.

TPACK-model
- Inhoudelijke kennis: Tijdens de opdrachten komen de leergebieden taalontwikkeling, ontwikkeling van oriëntatie op de wereld, mediakundige ontwikkeling, muzische ontwikkeling, ontwikkeling van wiskundig denken en Rooms-katholieke godsdienst aan bod. Er wordt ook rekening gehouden met de persoonsgebonden ontwikkeling waaronder de socio-emotionele ontwikkeling, de ontwikkeling van een innerlijk kompas en de ontwikkeling van initiatief en verantwoordelijkheid. Elke opdracht heeft ook een ander onderwerp zoals Wereldoorlog I, het voorstellen van een filmfragment, kriebelbeestjes, een gesprek houden, cijferen, conflicten, het opstellen van een e-mail, kaartvaardigheid en oriëntatie. Het is belangrijk dat je als leerkracht beschikt over voldoende inhoudelijke kennis. Ze moeten ervoor zorgen dat ze een inhoudelijk expert worden. Hierdoor kunnen ze de leerlingen veel nieuwe dingen bijbrengen.
- Didactische kennis: Op het vlak van werkvormen wordt er gebruik gemaakt van opdrachtvormen, samenwerkingsvormen en interactievormen. Doorheen de opdrachten worden individuele opdrachten afgewisseld met groepsopdrachten, onderwijsleergesprekken, klasgesprekken, computergestuurde lessen, nabesprekingen, het schrijven van een tekst en het maken en gebruiken van foto's. Indien het mogelijk is, wordt de opdracht gedifferentieerd aangeboden. Bij andere opdrachten kan de leerkracht de zwakkere leerlingen extra goed begeleiden. De sterkere leerlingen kunnen deze leerlingen ook een handje komen helpen. Dit brengt een nieuwe uitdaging met zich mee voor de sterke leerlingen. Bij elke opdracht zijn de leerlingen aan het leren. Doordat er op een leuke en creatieve manier mee wordt omgegaan, valt dit voor de leerlingen niet altijd op. Alle acht de activiteiten zorgen voor een positieve bijdrage aan het leerrendement van de leerlingen. De leerkracht speelt ook een belangrijke rol want je moet de leer- en ontwikkelingsprocessen van de leerlingen goed begeleiden. Hierdoor zullen de leerlingen veel opsteken van de ICT-opdrachten.
- Technologische kennis: Als leerkracht moet je voldoende kennis hebben over de soft- en hardware die je gaat gebruiken tijdens de opdrachten. Net zoals ik bij bovenstaand model heb vermeld, is het belangrijk dat je als leerkracht alles op voorhand gaat uittesten. Hierdoor leer je de technologie beter kennen. Op het vlak van hardware moeten de leerkrachten kunnen werken met een computer, een laptop, een printer, een digibord en een digitaal fototoestel. Op het vlak van software moeten ze voldoende vertrouwd zijn met Windows 8, Google Chrome, Mozilla Firefox, Internet Explorer, Word en PowerPoint. Er zijn ook opdrachten die te vinden zijn op het internet zelf. Hiervan moeten de leerkrachten ook de werking kennen. Wanneer ze over deze kennis beschikken, hebben ze de mogelijkheid om de leerlingen te begeleiden en te helpen bij vragen en problemen. Hierdoor leren de leerlingen nieuwe ICT-mogelijkheden kennen.
