OPDRACHT 3
Kriebelbeestjes
Eindtermen ICT
- 2. De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
- 5. De leerlingen kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
- 6. De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
Leergebieden
- Ontwikkeling van oriëntatie op de wereld
- Taalontwikkeling
- Ontwikkeling van initiatief en verantwoordelijkheid
Doelen
- OWna2 In verschillende biotopen vaak voorkomende organismen waarnemen, onderzoeken, benoemen en ordenen.
- OWna4 Ervaren, onderzoeken, vaststellen en uitdrukken hoe levende organismen groeien en zich voortplanten.
- TOsn1 Een schriftelijke boodschap verwerken.
- TOsn2 Voldoende vlot kunnen lezen om leeftijdsadequate teksten te begrijpen.
- IVoc5 Informatiebronnen hanteren.
Uitleg opdracht
- De leerlingen krijgen de kans om op het internet meer informatie te zoeken rond het thema 'kriebelbeestjes'. Vooraleer ze hieraan mogen beginnen, gaan we klassikaal bespreken welke gevaren het internet met zich meebrengt. Niet alle bronnen zijn even betrouwbaar, hier moeten ze voorzichtig mee omspringen. Nadien moeten ze een kriebelbeestje kiezen waarrond ze willen werken. Over hun gekozen beestje gaan ze enkele zaken moeten opzoeken, namelijk de uiterlijke kenmerken, het woongebied, het voedsel en de voortplanting. Deze gegevens gaan ze in een Word-document verzamelen. Wanneer ze alle informatie hebben gevonden, mogen ze creatief aan de slag gaan. Ze maken een mooi overzicht van alle antwoorden door gebruik te maken van verschillende lettertypes, verschillende kleuren, afbeeldingen en nog veel meer. Achteraf printen we alle bladen af en houden we een kleine tentoonstelling waarbij elke leerling het werk van de rest van de klas kan zien.
Verantwoording
- Deze activiteit past bij de ICT-eindtermen omdat de leerlingen eerst en vooral veilig leren surfen. Niet elke website is betrouwbaar en/of bevat correcte informatie. Hier springen ze verantwoordelijk mee om. Ze moeten ook doelgericht zoeken naar de gevraagde informatie. Ze leren ook om informatie op het internet op te zoeken. Uit de gevonden teksten gaan ze de nodige informatie halen, ze gaan de gegevens verwerken tot een antwoord op de vraag. Alle gevonden informatie gaan ze uiteindelijk mooi bewaren in een Word-document. Ze gebruiken ICT ook om hun eigen ideeën creatief vorm te geven. Deze activiteit draagt ook bij tot het bereiken van de doelen. Door een antwoord op de vragen te willen vinden, gaan de leerlingen de organismen moeten bekijken, onderzoeken en benoemen. Ze gaan ook onderzoeken en vaststellen hoe hun gekozen kriebelbeestje zich voortplant. De leerlingen moeten de capaciteit hebben om de nodige informatie uit de teksten te halen. Hiervoor is het ook belangrijk dat ze begrijpen wat ze aan het lezen zijn. Om deze opdracht tot een goed einde te brengen, moeten ze verschillende informatiebronnen hanteren om te kunnen antwoorden op de vragen.
- Tijdens mijn stageperiode heb ik gewerkt rond dit thema. Kinderen van 9 à 10 jaar vinden dit zeer leuk. Ze weten al een paar zaken over kriebelbeestjes, maar er valt nog veel te ontdekken. Ze hebben ook al gewerkt met Word, dit zal dus geen problemen met zich meebrengen. De leerkracht kan de leerlingen die moeilijkheden hebben met begrijpend lezen en het opzoeken van informatie extra begeleiden. Leerlingen die op deze vlakken goed scoren, kunnen andere leerlingen ook gaan helpen. De activiteit draagt bij tot kwaliteitsvol onderwijs. De leerlingen zijn gemotiveerd omdat ze op eigen kracht informatie mogen opzoeken op het internet. Deze manier van werken is leuker voor hen. De reden hiervoor is omdat ze de informatie zelf mogen opzoeken en het niet aangeleerd krijgen van de leerkracht. Je onthoudt beter wat je zelf doet. Dit zal dus ook een positief effect op hun leerresultaten hebben. In deze opdracht wordt rekening gehouden met de pijlers 'positief en motiverend klasklimaat', 'differentiatie', 'leerlingenactiviteit' en 'leerlingeninitiatief'.
- Om deze opdracht uit te voeren, gaan we met de hele klas naar het computerlokaal. In dit lokaal is voor elke leerling een computer beschikbaar. Hierdoor kunnen de leerlingen zelfstandig werken, het is een individuele opdracht. Hier gaan we voor de start van de opdracht duidelijke afspraken rond maken. Indien de leerlingen filmfragmenten willen bekijken, kunnen ze gebruik maken van de hoofdtelefoons die reeds aan elke computer zijn aangesloten. We houden ook een onderwijsleergesprek, dit is een interactievorm, over de gevaren op het internet. Op het einde van de les maken we gebruik van de printer, die aanwezig is in het computerlokaal, om alle bladen af te drukken.

