OPDRACHT 4
Penvriend(in)
Eindterm ICT
- 8. De leerlingen kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.
Leergebieden
- Taalontwikkeling
- Mediakundige ontwikkeling
Doelen
- TOmn2 Een mondelinge boodschap overbrengen.
- TOmn3 Actief deelnemen aan een gesprek.
- MEva4 Digitale communicatievaardigheden ontwikkelen.
Uitleg opdracht
- Voor deze opdracht gaan we samenwerken met een school uit Nederland. De leerlingen worden per twee gekoppeld aan twee Nederlands leerlingen. Eens per week gaan deze vier leerlingen met elkaar skypen. Elke week krijgen ze een onderwerp om over te praten. Een voorbeeld hiervan is hobby's, eten en drinken, de school in België tegenover de school in Nederland enzovoort. Op deze manier zullen ze elkaar beter leren kennen. Ze leren ook om te communiceren met leeftijdsgenoten uit een ander land. De rest van de klas kan ondertussen aan een contractwerk werken. Elke groep krijgt 15 minuten de tijd. Wanneer de tijd om is, komen andere leerlingen aan de laptop zitten om gebruik te maken van Skype. Dit is een moderne versie van de vroegere penvriend(in) die iedereen in de lagere school had. Er wordt ook voldoende aandacht besteed aan het veilig communiceren via ICT. Je moet goed opletten met wat je doet en zegt via een webcam. Van de leerlingen wordt verwacht dat ze verantwoordelijk omgaan met deze informatie. Na elke sessie wordt een klasgesprek gehouden over de bevindingen van de leerlingen.
Verantwoording
- Deze opdracht voldoet aan ICT-eindterm 8. De leerlingen leren communiceren via Skype. Hier moeten ze veilig en verantwoord mee omgaan. Door het opgegeven onderwerp hebben de leerlingen ook een doel om te communiceren. Ze kunnen elkaar beter leren kennen en ondertussen oefenen ze aan hun mondelinge taalvaardigheid. Ze oefenen dus op het overbrengen van een mondelinge boodschap. Ze proberen actief deel te nemen aan een gesprek. Hierdoor leren ze om digitaal met elkaar te communiceren. De doelen van de leergebieden worden bereikt.
- Veel leerlingen van deze leeftijd hebben al een GSM. Het is een gewoonte aan het worden om te communiceren via het internet. Het meeste van de tijd gebeurt dit schriftelijk door berichten naar elkaar te sturen. We moeten ervoor zorgen dat er ook nog voldoende aandacht wordt besteed aan de mondelinge taalvaardigheid. De leerlingen kennen het principe van Skype. Om in te spelen op de beginsituatie van elke leerling, gaan we ervoor zorgen dat we elke keer een zwakke leerling bij een sterke leerling zetten op het vlak van mondelinge taalvaardigheid. De zwakke leerling kan veel bijleren van de sterke leerling. De sterke leerling kan de zwakke leerling extra begeleiden, wat een extra uitdaging met zich meebrengt. De activiteit draagt bij tot kwaliteitsvol onderwijs. De leerlingen kunnen communiceren met leeftijdsgenoten en ze mogen over zichzelf praten. Dit is zeer motiverend voor de leerlingen. Ze merken niet dat ze tijdens deze opdracht aan het werken zijn aan hun mondelinge vaardigheden. Dit heeft een positief effect op hun leerproces. Tijdens deze activiteit wordt gewerkt aan de pijlers 'positief en motiverend klasklimaat', 'differentiatie', 'leerlingenactiviteit' en 'werkelijkheidsnabij'.
- Voor deze opdracht blijven we in het klaslokaal. Om deze activiteit te kunnen uitvoeren, gaan we met de laptop werken. Elk om beurt maken twee leerlingen gebruik van deze hardware om te kunnen skypen met twee Nederlandse leerlingen. De rest van de klas werkt ondertussen individueel aan het contractwerk, dit is een individuele opdracht. Dit communicatiespel is een interactievorm. Nadat iedereen een gesprek heeft gehad, gaan we een klasgesprek of een nabespreking houden over hoe ze het hebben ervaren. Hiervoor gaan we ons in een kring plaatsen.

